De jongen van de 1e ronde liggen er prima bij (zie foto) resultaat van een A1 x C1 koppeling (zie onder)

Inmiddels is het alweer begin maart en maken de meeste liefhebbers onder ons zich op voor de start van het vliegseizoen. Zoals reeds eerder gemeld in mijn nieuwsberichten kan ik het wat dat betreft wat rustiger aan doen omdat er dit jaar niet meegedaan wordt aan de wedvluchten maar daar wil ik het nu niet over hebben. Dit keer wil ik een bepaalde kweekstrategie de revue laten passeren. Mede door de keuze die ik gemaakt heb ben ik me ook weer wat meer gaan richten op de kweek. Inmiddels liggen de jongen van de 1e ronde in de nestschaal. Deze jongen zullen zich allemaal dienen te bewijzen op hokken van andere liefhebbers omdat ik ze allemaal heb kunnen verkopen. Wat je dan graag wilt is dat de betreffende liefhebber(s) er ook mee vooruit kan/kunnen. We zullen het zien.

Nu even terug naar de kweek. Mijn opzet is vanaf de laatst doorgevoerde selectie de volgende: hou 2 basislijnen (lijn A en lijn B) aan welke zich middels kweek en/of vlieg reeds bewezen hebben. Deze lijnen zet je regelmatig in familiekweek samen (o.a. neef/nicht x tante/oom, neef x nicht, halfbroer x halfzus en zelfs heel af en toe vader/moeder x dochter/zoon). Dit om alleen maar te bewerkstellingen dat de ‘goede genen’ worden vastgelegd en doorgegeven. Let wel: hoe dichter de familieband hoe groter ook de kans dat er meer ‘afval’ bij zit. Wellicht een beetje oneerbiedig gezegd maar het is wel een feit. Dit betekent dat je ontzettend scherp dient te selecteren, ieder jaar weer om achteruitgang te voorkomen.

Naast de 2 basislijnen (A en B) hou je een derde ‘lijn’ (C.) aan welke bestaat uit een aantal niet van elkaar verwante duiven en ook niet verwant aan lijn A en/of B. Deze lijn kun je dus gebruiken om ‘vers’ bloed in de lijnen A en B te brengen door deze in te kruizen. Dit om het zogenaamde ‘heterosis’ effect te krijgen (ook veel in de pluimveehouderij toegepast). Dit zou je simpelweg kunnen omschrijven als een soort ‘boost-effect’ waarbij de nakomelingen beter zijn dan de afzonderlijke ouders. Hier streven we natuurlijk allemaal naar.

De opzet wordt dus: A1 x A2 = A12  met daarnaast   B1 x B2 = B12   en C1 x C2 = C12

Vervolgens : A12 x B12 = AB12 of A12 x C12 = AC12 of B12 x C12 = BC12

Kortom: de eindproducten AB12, AC12 en BC12 zijn kruisingen die op de vluchten worden uitgetest en na strenge selectie worden hier de besten van aangehouden. Wel is het zaak alle 3 lijnen (A, B en C) zoveel mogelijk intact te houden (A en B dus in familieteelt) en C met weinig/geen verwantschap dus af en toe aangevuld met een bewezen duif van vreemde origine.

Op deze manier proberen we de kweek te gaan uitvoeren de jongen op andere hokken af te zetten en de resultaten vast te leggen zodat we met de juiste koppels verder kunnen kweken. Hieruit wil ik dan een zogenaamd ‘prijs index cijfer’ gaan berekenen (naar analogie van de ‘stierenindex’ in de melkveehouderij) waardoor er, dat hoop ik dan, iets meer gezegd kan worden over de vererving van de factor ‘vliegprestaties cq. vermogen’ van ouders op nakomelingen. Op basis hiervan zou je dan de kweekwaarde per koppel en per duif kunnen vastleggen. We zijn ermee gestart dus ik hou u op de hoogte.

Bent u nog geïnteresseerd in jongen om aan  het bovenstaande mee te werken dan kunt u tegen zeer schappelijke prijzen enkele jongen verkrijgen welke dan gaan meedraaien in dit systeem. Neem gerust even contact <klik hier> op (per mail of telefonisch).